donderdag 30 september 2010

Een sprankje is genoeg

Bij elke bleke zonnestraal
die mij haast transparant bestrijkt
laat ik mijn hart opnieuw de warmte vinden
en voorzichtig beproeven mijn tenen
hun geluk

in de zee van de zorgeloze liefde
Rillend dompel ik mij onder
haal de warmte uit die ene zonnestraal
die goud vanachter de donderwolken lonkt
Ik strek mijn armen naar haar uit
en richt mijn blik naar boven
Lome stappen door het koude water
dat zwaar om mijn benen slaat
Niets tussen mij en de warmte.

Tot plots de zon verdwenen is
en ik in het donker geen acht sla
op de zanderige zee
de stappen die steeds zwaarder worden
Mijn ogen speuren slechts de leegte af
naar een sprankje zon om mij te strelen
Gestaag slokt het zand mij op
Geen zee, maar een woestijn
bedrukt mijn rillend eenzaam hart

Ik ben al haast verdronken
en ik besef dat de zon mij achterliet
Met al mijn kracht verlos ik mij
en net als mijn dappere tenen
zich willen bevrijden
kust een troebel zonnetje mijn koude nek
en wil het hart weer zwemmen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten