Hoor, de zon klinkt fel vandaag
En de telefoon rinkelt
En als hij niet rinkelt
Zorgen we dat hij rinkelt
Lijstjes, lijstjes
Verzink de waarheid
tussen de regels
Zolang de rinkelende inkt
En het luide linke licht
Je voor haar uitduwen
zondag 20 juni 2010
donderdag 17 juni 2010
Niet boos.
Mijn schoenen staan opeens heel stevig
Nu ik de jouwe heb gepast
Conflicten eindelijk overbodig
En woorden lopen niet meer vast
Ik laat het deurtje van mijn hartje open
Dan kun je gaan, als je dat wil
Ik zal naar je wuiven met een glimlach
vanonder mijn grote roze bril.
:)
Nu ik de jouwe heb gepast
Conflicten eindelijk overbodig
En woorden lopen niet meer vast
Ik laat het deurtje van mijn hartje open
Dan kun je gaan, als je dat wil
Ik zal naar je wuiven met een glimlach
vanonder mijn grote roze bril.
:)
Boos.
Er zweeft een kalmte om mij heen
die stilstaat en kriskrast tegelijk
en me ietwat misselijk maakt
Of misschien is dat de brie.
Schreeuwende stemmen ballen hun vuisten
Huilen woedende verwensingen
Schieten dwars door elkaar heen
Maar niet van buiten
Waar de wazige kalmte de herrie dempt
Om de loze energie te sparen
Ach wat.
Wat maakt het ook uit.
Er is een stukje van mij weg
dat liefde en vertrouwen maakte
Onrust overheerst er nu
Maar niet van buiten
Waar de liefde uitzinnige kalmte schept
En zich onberoerd laat
Maar breek het niet.
Breek het niet, want hel breekt los
Geen kalmte die dat dempt en geen plek om je te bergen.
Maar ik ben niet boos van buiten.
die stilstaat en kriskrast tegelijk
en me ietwat misselijk maakt
Of misschien is dat de brie.
Schreeuwende stemmen ballen hun vuisten
Huilen woedende verwensingen
Schieten dwars door elkaar heen
Maar niet van buiten
Waar de wazige kalmte de herrie dempt
Om de loze energie te sparen
Ach wat.
Wat maakt het ook uit.
Er is een stukje van mij weg
dat liefde en vertrouwen maakte
Onrust overheerst er nu
Maar niet van buiten
Waar de liefde uitzinnige kalmte schept
En zich onberoerd laat
Maar breek het niet.
Breek het niet, want hel breekt los
Geen kalmte die dat dempt en geen plek om je te bergen.
Maar ik ben niet boos van buiten.
zaterdag 5 juni 2010
Kapot
In de nacht klinkt de muziek.
Behendig manouvreer je tussen drank en mannenlijven
Een hap, een slok, een lach;
het hulsel dat om je heen gepantserd zit
Nog over je strakke zwarte jurkje
Pas later,
wanneer je favoriete ondergoed
over de enkels boven je stukgedanste hakken zakt,
komt de leegte.
Als geïmplodeerde pijn.
Zwaar, alles is zwaar.
Je zou wel willen huilen
maar tranen doen je verdriet tekort
Trage benen slepen naar bed
Je hart erachteraan
Blijft aan het voeteneind liggen,
snakkend naar adem
Om alles wat het mist
Je ogen branden maar je gunt het ze niet:
tranen zijn voor mensen met hoop
Behendig manouvreer je tussen drank en mannenlijven
Een hap, een slok, een lach;
het hulsel dat om je heen gepantserd zit
Nog over je strakke zwarte jurkje
Pas later,
wanneer je favoriete ondergoed
over de enkels boven je stukgedanste hakken zakt,
komt de leegte.
Als geïmplodeerde pijn.
Zwaar, alles is zwaar.
Je zou wel willen huilen
maar tranen doen je verdriet tekort
Trage benen slepen naar bed
Je hart erachteraan
Blijft aan het voeteneind liggen,
snakkend naar adem
Om alles wat het mist
Je ogen branden maar je gunt het ze niet:
tranen zijn voor mensen met hoop
woensdag 2 juni 2010
Had ik maar een wollen muts
Had ik maar een wollen muts
Dan trok ik hem over mijn kin
Dan wenste ik een gat in de grond
En zakte daar langzaamaan in
Waadde ik door het asfalt weg
Muisstil verscholen voorbij
Een wereld tussen draadjes wol
Een wereld zonder mij
Dan trok ik hem over mijn kin
Dan wenste ik een gat in de grond
En zakte daar langzaamaan in
Waadde ik door het asfalt weg
Muisstil verscholen voorbij
Een wereld tussen draadjes wol
Een wereld zonder mij
Abonneren op:
Reacties (Atom)